In de
onderbouw (1e fase) van de middelbare school is het voor de leerling zaak om 'bij te blijven' en niet achterop te raken met het leren van woordjes en grammatica.
In de
bovenbouw (2e fase) ligt de nadruk veel meer op vaardigheden (competenties) als luisteren, spreken, lezen en schrijven. In de tweede fase worden vocabulaire en grammatica als bekend verondersteld en wordt er een begin gemaakt met het lezen van literatuur. Actieve kennis van een taal is vereist. En daar wringt vaak de schoen!
Op het
mbo/hbo en de universiteit (de “3e fase”) is taal meestal een bijvak, afhankelijk van de studierichting van de student. Zo zal een economiestudent zakelijk Engels moeten leren en zal hij zich vlot in deze en eventueel andere talen moeten kunnen uitdrukken. De bijlesprogramma's van Focus:
taal! zijn hier volledig op afgestemd. Lees verder bij de “fase” waarin jij of je kind verkeert.
Klik op de betreffende knop.